Soms merk ik op een keer war ik aan het zeggen ben en kan het niet verklaren. De uitdrukking "een stuk of 100„ klopte in mijn hoofd ineens niet. Ik snap het niet. Ik heb het in meerdere talen vertaald en het slaat absoluut nergens op voor me.
“A piece or 100” bijvoorbeeld.
“Een stuk” is een ontelbare deel van een geheel, toch? Waarom wordt de uitdrukking uit deze onderdelen gemaakt: ontelbaar + exacte cijfer. Waarom niet “één stuk” wat een exacte maar ontelbare deel is --> exact + exact.
Anders zou je ook kunnen zeggen "een beetje of 100„.
Momentje… is het gewoon een omgedraaide uitdrukking van “100 en een beetje”? Dat zou logischer zijn.
Ik kon geen geschiedenis van die uitdrukking vinden.


“Duits” betekent letterlijk ‘van het volk’. Er is een reden dat Nederland in het Engels ‘Dutch’ is. De Nedersaksische taal bestaat ook nog steeds, in de grensgebieden tussen Nederland en Duitsland. Taal is continu in beweging.
Het vertalen zal zeker wel passend zijn in bepaalde gevallen, mijn punt was meer dat dat in dit geval niet zo was.
Mijn punt is dat je het vooraf niet kan weten.